1. In de kantine mogen geen wapens uit foedralen of koffers worden genomen.
  2. Wapens in open foedraal of holster zijn niet toegestaan.
  3. Wees op de schietbaan kalm en beheerst.
  4. Houdt op de schietbaan geen “vergaderingen”; dit leidt de schutters af.
  5. Behandel elk vuurwapen alsof het geladen is.
  6. Richt nimmer een vuurwapen op een persoon of op een plaats waar iemand zich zou kunnen bevinden zonder dat u dat kunt waarnemen; ook niet wanneer u er zeker van bent dat het wapen ongeladen is.
  7. Het vuurwapen dient pas te worden geladen wanneer u op de schietstand uw positie hebt ingenomen.
  8. Span het vuurwapen (afvuurmechanisme) niet eerder, dan nadat u dit wapen op het doel (de kogelvanger) hebt gericht.
  9. Blijf met uw vingers van de trekker af, totdat u klaar bent met richten en op het punt staat af te vuren. Op elk ander tijdstip moet u de vinger langs de trekkerbeugel houden. Een wapen met versneller mag eerst worden versneld, nadat het in de aanslag is gebracht.
  10. Open de grendel van het vuurwapen zodra u ophoudt met schieten of het wapen voor een ogenblik of een rustpauze neerlegt. Pistolen dienen op VEILIG te worden gezet en dient het magazijn te worden verwijderd; bij revolvers wordt de haan ontspannen en de cilinder uit het frame gedraaid.
  11. Indien het commando “VAST VUREN” wordt gegeven, opent u de grendel van het geweer en het legt u het geweer neer. Pistoolschutters zetten het wapen op veilig en nemen het magazijn uit. Revolverschutters draaien de cilinder uit het frame. Pistool- en revolverschutters doen vervolgens één pas achteruit. Na het commando “ER KAN WEER GEVUURD WORDEN” vervolgen de schutters hun schietoefening.
  12. Overtuigt u zich van het feit dat het wapen ONGELADEN is alvorens u het wegzet of opbergt.
  13. Kijk NOOIT in de loop van een vuurwapen, zonder dat u zich ervan heeft overtuigd dat het ongeladen is en zet de grendel in de open stand.
  14. Het is verboden een vuurwapen ter hand te nemen voor gebruik of bezichtiging zonder toestemming van de eigenaar.
  15. Houdt de loop van uw vuurwapen schoon. Een verstopte loop door vet, zand, een schoonmaaklapje etc. kan gevaarlijk zijn.
  16. Wees voorzichtig met munitie (ook met weigeraars). Houdt patronen niet bij open vuur en ga er niet met andere voorwerpen op slaan.
  17. Het is ten strengste verboden om na het gebruik van alcoholhoudende drank de schietbaan te betreden. Alcohol en vuurwapens vormen een dodelijke combinatie.
  18. Betreedt de schietbaan niet zonder gehoorbescherming.
  19. Tijdens de schietoefeningen is de schietbaan verboden voor niet leden en voor kinderen onder de 16 jaar. Na afloop van de schietoefeningen of – ter beoordeling van het dienstdoende bestuurslid – als er voldoende banen beschikbaar zijn, kan aan een niet lid instructie worden gegeven.