• Is verantwoordelijk voor de algehele veiligheid op de baan; 
  • Ziet er op toe dat iedere schutter de veiligheidsregels in acht neemt;
  • Ziet er op toe dat schutters voor aanvang schieten en bij het verlaten van de baan nauwgezet de veiligheidshandelingen verrichten;
  • Is in het algemeen de schutters behulpzaam;
  • Bij storing van de wapens en/of weigering van munitie, verhelpt hij indien mogelijk de storing en/of neemt weigerachtige munitie in;
  • Controleert bij aanvang schieten of de schietpunten in orde zij; mankementen doorgeven aan het bestuur;
  • Zorgt dat de britsen na afloop schieten worden opgeruimd;
  • Zorgt dat na afloop schieten de baan weer is opgeruimd;
  • Zorgt voor rust op de baan.
  • “Staakt” of “Vast Vuren”; onmiddellijk stoppen met vuren, wapen ontladen en met de loop in de richting van de kogelvanger neerleggen.
  • De baancommandant maakt kenbaar dat de schietoefeningen weer verder mogen met de mededeling: “ER KAN WEER GEVUURD WORDEN”.